Andriessen

geschiedenis van een doopsgezinde familie

Werk van Pieter J. Andriessen

 

- Elba en Sint-Helena, of De dubbele val van het eerste keizerrijk

- De val van een koningshuis, of het eerste tijdperk van de Fransche Revolutie

-De zeeman tegen wil en dank, of Amsterdam in den aanvang der eerste stadhouderlooze regeering.

-De kinderen van den zoetelaar, of Nederland gedurende de eerste regeeringsjaren van prins Willem III

- De Vrijheidsoorlog 1

-Tusschen mal en dwaas, of Wat een meisje te genieten en te lijden heeft, eer zij de wereld in is

- De Hollandsche Robinson Crusoë, een leerzaam en prettig verhaal voor de nederlandsche jeugd

- Evangelie en Friezen of Hoe het christendom onder onze heidensche voorvaderen kwam

- Een Gentsche vrijheidszoon

- De tamboer bij Quatrebras en Waterloo, of De tweede verlossing van Nederland 1814-1815

- De deserteur, of de Fransche overheersching en Nederlandse herstelling 1810-1813

- Panorama van Nederlands Verleden

- De Prins en Johan de Witt, of Ons land in het tweede tijdperk der eerste stadhouderlooze regeering.

- Marie en Pauline of Nederigheid en Hoogmoed (1856).

- Geschiedenis van het tijdperk van 25-jarigen vrede (1849-1874)

- Vijftien jaren van den bloeitijd onzer letterkunde, 1623-1637, opgedragen aan mr. J. van Lennep, de Muiderkring, 1868

- Columbus: de ontdekker eener nieuwe wereld

- De zilveren schaatsen: een schets uit het Noordhollandsche volksleven

- Jakob Eerlijk

- De tocht naar Rusland of het begin van den val van 't keizerrijk, 1812

- De suppoost aan de Bank van leening, of, De laatste levensjaren van Joost van den Vondel, 1657-1679

- Koning en veldheer of Frederik de Groote in en na den zevenjarigen oorlog: dertig jaren uit het leven van Frederik den tweeden van Pruissen, 1756-1786

P.J. Andriessen

jeugdboekenschrijver

 

Pieter Jacob Andriessen, geb. Den Haag 17 december 1815, overl. te Amsterdam 19 maart 1877, behoorde tot de populairste Nederlandstalige jeugdboekenschrijvers van de tweede helft van de 19de eeuw.

In 1844 werd hij hoofdonderwijzer in Amsterdam. Dat bleef hij tot in 1872. Daarna wijdde hij zich volledig aan de letterkundige arbeid. Door zijn toedoen kreeg de jeugd belangstelling voor de historische roman.

 

 

 

Pieter Jacob Andriessen (1815-1877) is in 1844 hoofdonderwijzer in Amsterdam en blijft dit tot in 1872. In dat jaar gaat hij zich wijden aan letterkundige arbeid. Andriessen staat bekend als een voortreffelijk onderwijzer en schrijver. Hij roept de historische roman voor de jeugd in het leven. Hij beschrijft in zijn werken de hele vaderlandse geschiedenis, van Civilis tot de slag van Waterloo.

 

Voor critici is hij niet meer dan een naïeve navolger van de grote romantische schrijvers. Daarmee wordt hem merkelijk tekort gedaan. Onder het pseudoniem Pieter Jacobsz. schrijft Andriessen Adolf of de verloren zoon, De minnezanger van gravinne Ada en De schoondochter. Later onder eigen naam geeft hij een hele reeks van romantische verhalen uit voor jonge mensen, voornamelijk aan de vaderlandse geschiedenis ontleend. Ook schrijft hij verhalen voor meisjes en voor jongere kinderen. Met Eduard Gerdes (1821-1898) behoort hij tot de belangrijkste kinderboekenschrijvers van de negentiende eeuw.

Pieter Jacob Andriessen is van 1858 tot 1863 redacteur van De Nieuwe Recensent. Met W.J. Hofdijk schrijft hij Panorama van Neerlands verleden, Deventer 1875-'81.

 

In 1874 sticht hij het tijdschrift Voor 't jonge volkje, dat gedurende tientallen jaren van belang is geweest voor de jeugdlectuur in Nederland. Hij redigeert van 1875 tot aan zijn dood Voor 't jonge volkje.

 

Hij overlijdt te Amsterdam op 19 maart 1877 en wordt te Diemerbrug begraven, waar op 19 juni 1877 een gedenkteken voor hem onthuld wordt. Kort daarna houden oud-leerlingen een actie om een gedenkteken te plaatsen op zijn graf. Men roept een oprichtingscommissie in het leven. Die bestaat uit G.N. Landré, de president van de commissie, J. George Koopmans, C.H. van Essen, J.C.F. Landré, C. Schogt en J. Mannoury Jz. De respons is groot. Maar liefst 74 personen schrijven in, zodat het gedenkteken drie maanden na de begrafenis kan worden geplaatst. Het blijkt een arduinstenen zuil met bovenop een urn te zijn. Van onderen is een wit marmeren plaat bevestigd met de tekst: "Den vriend der nederlandschen jeugd, zijne dankbare leerlingen".

 

Bij die gelegenheid speecht de president van de commissie: “Wij allen zijn in dit stil morgenuur, verre van het stadsgewoel, te midden der schoone landouwen, bijeengekomen, om hulde te brengen aan een man, die ons allen lief is. Het is onnoodig te herhalen wie en wat hij was. Velen hebben dit reeds vroeger gedaan. Maar wat wij wenschen te zeggen is: dat hij was een getrouw en braaf onderwijzer, een vriend, die velen heeft gevormd tot nuttige leden der maatschappij, die thans op hun beurt een zigtbare hulde op zijn laatste rustplaats wenschen neer te leggen. Aanvaardt dit, geliefde betrekkingen van dezen waardigen afgestorvene”. Broer Willem Frederik Andriessen (1821-1882), bedankt daarna voor de genereuze huldeblijk.