Andriessen

geschiedenis van een doopsgezinde familie

 

Fragment uit het Memoriael 1735-1749 (dagboek van Eduard Toens lid Dantziger Oude Vlamingen in Haarlem).

 

Het Memoriaal van Eduard Simonsz Toens beschrijft op nauwgezette manier de belangrijkste gebeurtenissen die tussen 1735 en 1749 plaatsvonden in de conservatieve doopsgezinde gemeenschap van Dantziger Oude Vlamingen te Haarlem. Het laat zien hoe de mennistenleer en tucht in stand werden gehouden dankzij ban en mijding. Ook beschrijft het de democratische besluitvorming die altijd stilzwijgend werd bekrachtigd, 'aldus bezweegen'. Ook besteedt Toens veel aandacht aan de intensieve contacten met de Poolse broeders en zusters die in Nederland een vak komen leren of een huwelijkspartner zoeken. Langzaam echter nadert de Verlichting. Tegen de stroom van de tijd in probeert de mennistenminderheid haar eigen religieuze en culturele identiteit overeind te houden. Het is een bijzonder egodocument.

 

Uit het Memoriaal is ook belangrijk genealogisch materiaal van de familie Toens zelf te halen. Dat begint al op bladzijde 1 als Eduard schrijft, dat zijn vader Simon Eduaardsz hem op 3 april 1735 de doop heeft bediend.

Eduard schrijft in 1743, dat op 10 november Pieter Veen, afkomstig uit Rustenburg, is getrouwd met zijn zus Jozina Toens uit Haarlem en dat zijn vader Simon het huwelijk heeft bevestigd met een tekst uit Genesis 2:24.

Op 17 maart 1746 sterft Eduards moeder Geesje Pieters op zestigjarige leeftijd. De 22ste wordt zij begraven.

 

 

............

 

TOENS

Dantzinger Oude Vlamingen Haarlem

 

Grietje Toens is de derde vrouw van Jacob Andriessen. Zij is de dochter van de belangrijke doopsgezinde voorganger en prediker Simon Eduaardsz Toens. Het huwelijk duurt niet zo lang. Jacob sterft in 1761. Grietje krijgt het niet makkelijk. In 1767 en 1769 ontvangt zij

bijstand van de Amsterdamse Dantziger Oud-Vlaamse Gemeente de 'Zes Kruikjes'. Zij komt

bij die gemeente voor in het armenboek en het lidmatenboek. In 1788 past zij nog op het kerkgebouw van de Doopsgezinden in Haarlem, terwijl deze al is opgeheven.

 

Grietje is een zus van Jozine Toens, die op 10 november 1743 trouwt met Pieter Veen. Hun dochter Sijtje trouwt met Pieter, de zoon van haar zus Grietje en Jacob Andriessen. Sijtje en Pieter zijn dus volle neef en nicht.

 

Grietje en Jozina zorgen ervoor, dat de kunst van het lezen, het onderwijzen en dus het schrijven en preken genetisch dubbeldik wordt doorgegeven aan Jacob Andriessens nageslacht.

Haar grootvader van moederszijde Pieter Boudewijns, zoon van Pieter Boudwijns de oudste,

is van 1730 tot 1753 oudste van de Dantziger Oude Vlamingen Doopsgezinde Gemeente in Haarlem. Van 1756 tot 1761 bekleedt hij deze functie in de 'Zes Kruikjes' in Amsterdam. Van hem verschijnt Onderwijzinge des Christelyken Geloofs, volgens de belijdenis der Christenen die men de Oude Vlaamsche Mennoniten noemt (1743), een catechismus gebaseerd op de twaalf artikelen van de Oud-Vlaamse geloofsbelijdenis. Het boek is bestemd voor de oudere jeugd bij de doopvoorbereiding. Ook schrijft hij de Korte schets van de onderwijzinge (Haarlem, 1744). Hij heeft met zijn werken grote invloed op de doopsgezinden.

 

Pieter Boudewijns trouwt met Harmina Eindhoven. Zij komt waarschijnlijk van Giethoorn. Na haar dood trouwt hij een Amsterdamse vrouw. Pieter houdt zijn gemeentebijeenkomsten in het huis Het Gouden Grendeltje aan de Smalle Gracht in Amsterdam. Zijn werken voor het godsdienstonderwijs worden tot in de 19de eeuw gebruikt door de doopsgezinden in Balk en Zuidveen.

 

Grietjes vader Eduard Toens wordt op 30 augustus 1739 diaken van de Doopsgezinde

Gemeente in Haarlem. Op 27 maart 1740 volgt zijn benoeming tot prediker ofwel 'dienaer van het woord'.

Haar grootvader van vaders zijde Simon Eduaardsz Toens is in 1696 belangrijke leraar in Haarlem en in 1713 oudste. Hij bedient als predikant de Danzig Oude Vlaamse gemeenten in Haarlem, Rotterdam en Amsterdam. Op 19 maart 1759 sluit hij zich aan bij de gemeente aan het Klein Heiligland. Daar woont zijn zoon Eduard van 1745 tot 1748.

 

Simon Eduardsz. Toens is getrouwd met Geesje Pieters Suiker, afkomstig van Blokzijl. Simon heeft een garentwijnderij. Hij sterft in Haarlem omstreeks 1758. Zoon Eduard Toens is eveneens eigenaar van een garentwijnderij.

 

Een andere zoon van Simon is Pieter Toens (Haarlem 17 maart 1724 – Hoogezand 10 januari 1802). Hij is eerst getrouwd met Cornelia Mabe (1716-1757) en na haar dood met Anna Reckmann/Reekman (1732-na 1800). Beide vrouwen komen ook uit Haarlem. Hij is winkelier in stoffen en katoen te Haarlem van 1746 tot 1749, eigenaar van een weverij te Haarlem van 1749 tot 1751, eigenaar van een garentwijnderij te Haarlem van 1751 tot 1757,

mede-eigenaar van een fabriek voor geweven kanten en langetten te Haarlem van 1757 tot 1775 samen met zijn neef Pieter Loos; handelaar in bloemen te Haarlem van 1765 tot 1775. Omdat het leven duur is in Haarlem, verhuist hij in 1776 naar Hoogezand in de provincie Groningen. Daar wordt hij eigenaar van een kalkbranderij te Hoogezand.

 

In 1753 benoemt men Pieter Toens tot predikant in de Danzig Oude Vlaamse kerk van Haarlem. Na vijf jaar dienst neemt hij ontslag en meldt hij zich aan als lid van de meer liberale Peuzelaarsteeg gemeente. Later raakt Pieter geïnteresseerd in politiek als een heftig patriot. Aan het eind van zijn leven speelt hij een belangrijke politieke rol. In 1795 wordt hij lid van de Vergadering van provisionele representanten van het Volk van Groningen, van 1 september 1797 tot 22 januari 1798 voor het district Veendam lid van de Tweede Nationale Vergadering en van 22 januari 1798 tot 4 mei 1798 lid van de Constituerende Vergadering. Pieter Toens wordt lid van de tweede kamer Vertegenwoordigend Lichaam van 4 mei 1798 tot 12 juni 1798. Daarvan wordt hij als oudste lid de voorlopige president. Vanwege zijn republikeinse voorkeuren herkiest men hem niet.