Andriessen

geschiedenis van een doopsgezinde familie

Anna Elisabeth Menkema

III.

Anna Elisabeth Menkema, dr. van Johannes Menkema en Sara Weddik, geb. 23 mei 1751, overl. 20 december 1815, tr. Pieter Kerkhoven, zn. van Johannes Willem Kerkhoven en Catharina Margaretha Smit, geb. 26 november 1752, overl. 15 januari 1802. Uit dit huwelijk:

1.Anna Catharina, geb. 28 maart 1782, overl. 29 april 1837

2.Johannes Kerkhoven, bankier te Amsterdam, geboren Amsterdam 15 oktober 1783, overl. Twello 2 juni 1859, begraven Amsterdam, tr. 1e Amsterdam 25 juli 1810 (getuigen beide moeders Elisabeth Menkema en Helena Scheers) Cecilia Johanna Bosscha, overl. 1811, tr. 2e Nijmegen 2 mei 1817 Anna Jacoba (Antje) van der Hucht. Uit het eerste huwelijk: 1 kind (zoon). Uit het tweede huwelijk: 13 kinderen (3 zoons, 10 dochters).

3.Pieter Jacobus, geb. 11 juli 1785, overl. 23 juli 1869

4.Arnoldus Laurens, geb. 30 december 1786, overl. 9 juli 1809

5.Theodorus Johannes, geb. 2 februari 1789, overl. 18 juni 1857

6.Dirk Nicolaas, geb. 9 januari 1791, overl. 23 oktober 1819

7.Jan Willem, geb. 28 januari 1794, overl. 3 augustus 1861

 

 

Het portret van Anna Elisabeth is van de hand van Adriaen de Lelie (1755-1820). Deze van oorsprong Tilburgse schilder was autodidact, hoewel hij in zijn jonge jaren wel het een en ander moet hebben opgestoken van zijn stadgenoot Cornelis van Spaendonck. Samen met Van Spaendonck vertrok De Lelie in 1773 naar Antwerpen, waar hij vooral historische scènes en portretten schilderde. In 1783 vertrok De Lelie op aanraden van vrienden naar Amsterdam. Hier ontwikkelde hij zich tot een geziene portretschilder, vooral in kringen van progressieve burgers. Veel prominente tijdgenoten uit het Nederlandse culturele leven werden door De Lelie geportretteerd. Zijn schilderijen van kunstgalerijen met hun bezoekers vormen de voorloper van het 19de-eeuwse conversatiestuk.

 

De Lelie (zie zelfportret hieronder) schilderde ook het portret van haar vader Johannes Menkema (II.).