Andriessen

geschiedenis van een doopsgezinde familie

Johannes Menkema

I.

Nicolaas Menkema, koopman in boter aan de Nieuwendijk in Amsterdam, geb. Oost Friesland, overl. 21 januari 1762, tr. Neeltje Hopman, geb. Amsterdam, overl. Amsterdam mei 1750. Uit dit huwelijk:

1.Johannes, volgt II.

 

II.

Johannes Menkema, geb. 16 januari 1727, overl. Amsterdam 27 mei 1797, tr. 1e 1750 Anna Haring, dr. van Hieronimus Haring en Anna Elisabeth Albrink, geb. 12 januari 1725, overl. Amsterdam 19 januari 1780, tr. 2e Anna Munnikhuyzen. Uit het eerste huwelijk:

1.Anna Elisabeth, volgt III.

2.Johannes, ged. 6 februari 1754 overl. 20 mei 1802, tr. 1e Sara Weddik, geb. 1756, overl. 28 mei 1793, tr. 2e Johanna Frederika Kolde, de weduwe van Laurens Weddik. Uit het eerste huwelijk Anna Elisabeth Menkema, volgt IV.

3.Neeltje, geb. 16 juni 1755, overl. 16 februari 1838, tr. 23 februari 1779 Arnoldus Laurens Weddik, geb. 1750, overl. Hoogland-Amersfoort 23 augustus 1825

4.Cornelia Focalina, geb. 1758, overl. mei 1789, tr. 8 maart 1782 Theodorus Johannes Weddik Wendel, geb. 1754, overl. 17 november 1815, zn. van Catarina Elisabeth Carbach

5.Maria Hendrina, ged. 15 januari 1764

6.Heronimus Andries, ged. 20 februari 1765

7.Petronella Anna, ged. 11 april 1766

8.Sophia Helena, ged. 20 november 1767, overl. Den Haag 4 februari 1811 tr. 1e 24 juli 1788 jonkheer Johan Goldberg, geb. Amsterdam 8 mei 1763, overl. Voorschoten 25 april 1828

 

 

 

Johannes Menkema hield zich, zoals zo vele tijdgenoten, ook bezig met letterkundige oefeningen. Hij schreef 'Philander aan Philida', een lofgedicht op zijn geliefde Anna Haring ter gelegenheid van haar 23ste verjaardag. In 1745 schreef hij Damon en Dores herderszang en in 1777 het treurspel Zaïre.